Ziekterisico uit het weer, met de bron erbij
FairGrow rekent per perceel uit of het weer een ziekte of plaag de kans geeft. Elk signaal volgt een gepubliceerd model, en je ziet welk.
Een schimmel wacht op nat blad
Een schimmel infecteert pas als het blad lang genoeg nat is bij de juiste temperatuur. FairGrow telt die uren voor jouw perceel: de afgelopen 48 en de komende 72. Komt de som boven de drempel van het model, dan kleurt het signaal oranje of rood.
- Met de waarden erbij: hoeveel natte uren, bij welke temperatuur.
- Met de bron erbij: de publicatie waar de drempel uit komt.
- Per perceel en per gewas, niet één signaal voor de hele regio.
Zo telt het model
Twaalf ziektemodellen, per gewas
Elk model komt uit de vakliteratuur en is gemaakt voor één ziekte op één gewas. Heeft een ziekte geen eigen model, dan valt FairGrow terug op het algemene infectiemodel van Magarey, met parameters voor zo’n 50 ziekteverwekkers. Dat staat er dan ook bij.
| Gewas | Ziekte | Model en bron |
|---|---|---|
| Aardappel, tomaat | Phytophthora | Hutton (2017), Smith (1956), Wallin (1962) |
| Aardappel | Alternaria | P-dagen, Sands e.a. (1979) |
| Tomaat | Alternaria | TOMCAST, Madden et al. (1978) |
| Appel | Schurft | Herziene Mills-tabel, MacHardy & Gadoury (1989) |
| Suikerbiet | Cercospora | Wolf & Verreet (2005) |
| Druif | Valse meeldauw | 3-10-regel (Baldacci 1947), sporenmodel Brischetto e.a. (2021) |
| Aardbei | Grauwe schimmel, vruchtrot | Bulger et al. (1987), Wilson et al. (1990) |
| Andere gewassen | Onder meer septoria, roest en monilinia | Algemeen infectiemodel, Magarey e.a. (2005) |
Insecten volgen de warmte
Fruitmot, wortelvlieg en koolvlieg komen uit als er genoeg warmte is opgebouwd. FairGrow telt de graaddagen vanaf het begin van het seizoen en laat zien wanneer de vlucht begint. Zo zet je vallen en controles op het juiste moment.
- Fruitmot (appel, peer): eerste vlucht bij 151 graaddagen boven 10 °C, geteld vanaf 1 januari.
- Wortelvlieg: 260 graaddagen boven 5 °C, geteld vanaf 1 maart.
- Koolvlieg: 210 graaddagen boven 4 °C, geteld vanaf 1 maart.
Warmte telt op
Waar je het ziet
Een kaart met het signaal per perceel. Bij oranje of rood staat erbij hoeveel middelen in jouw land voor dit gewas tegen deze ziekte zijn toegelaten, met een link naar de middelencheck.
Per perceel het signaal, de onderliggende waarden, de bron en een strook van 14 dagen. Met de knoppen gezien of niet gezien vertel je ons of het klopte.
Bij oranje of rood een bericht als je dat wilt, hooguit één per perceel per dag.
Wat het niet is
- Geen spuitadvies. Het is een risicosignaal. Het etiket en je eigen waarneming gaan voor.
- Bladnat is berekend, niet gemeten. FairGrow schat het uit luchtvochtigheid en regen.
- Elders getoetst. De meeste modellen komen uit de VS, het VK, Italië en Noorwegen. De drempels zijn daar getoetst, niet op jouw bedrijf. Daarom tellen jouw meldingen gezien of niet gezien mee.
Teel je druiven? Hoe we het sporenmodel voor valse meeldauw overnamen en ijkten, lees je op de pagina over het sporenmodel.
Kort beantwoord
Heb ik een bladnatheidssensor nodig?
Nee. De modellen rekenen met de uurverwachting en de weerhistorie voor jouw perceel. Staat er binnen 250 meter een sensor voor temperatuur en luchtvochtigheid, dan gebruikt FairGrow die metingen erbij.
Welk weer gebruiken de modellen?
De uurverwachting van Open-Meteo en de ERA5-heranalyse voor de afgelopen dagen. Hoe betrouwbaar zo’n verwachting is, lees je op de pagina over de getoetste weersverwachting.
Krijg ik een melding?
Als je dat wilt, per e-mail of via Telegram. Alleen bij oranje of rood, en hooguit één keer per perceel per dag.
Is dit een spuitadvies?
Nee. Het signaal zegt dat het weer een infectie mogelijk maakte. Of je ingrijpt en met welk middel, beslis je zelf. Welke middelen zijn toegelaten, zie je bij gewasbescherming.
